FAQ

Een hond opvoeden of begeleiden roept vaak heel wat vragen op. Waarom doet mijn hond dit? Is bepaald gedrag normaal? Wanneer moet ik ingrijpen? En hoe pak ik het best aan zonder het probleem onbedoeld groter te maken?

In onze FAQ beantwoorden we de vragen die we het vaakst krijgen van puppy-eigenaars en baasjes van volwassen honden. Helder, praktisch en zonder ingewikkelde theorie.

Vind je jouw vraag niet terug? Neem dan gerust contact met ons op. Elke hond is anders, en soms vraagt ook het antwoord om maatwerk.

gallery6

Vanaf het moment dat je puppy bij jou woont, is hij aan het leren.

Niet alleen tijdens officiële trainingsmomenten.

Iedere interactie leert hem iets.

Daarom kun je heel jong beginnen met korte, eenvoudige en positieve oefeningen. Voor veilige socialisatie hoeft volgens veterinaire gedragsrichtlijnen bovendien niet noodzakelijk gewacht te worden tot alle vaccinaties volledig afgerond zijn; dit moet uiteraard gebeuren met passend gezondheidsadvies en gecontroleerde omstandigheden.

Nee.

Ook volwassen en oudere honden kunnen nieuw gedrag leren.

Sommige gewoontes bestaan alleen al jaren en vragen daarom meer oefening.

Voeding kan een uitstekende beloning zijn, maar is slechts één mogelijkheid.

Spel, snuffelen, mogen verderlopen, aandacht of toegang tot iets aantrekkelijks kunnen eveneens beloningen zijn.

Nieuw gedrag wordt aanvankelijk vaak frequent beloond.

Naarmate gedrag beter geleerd wordt, verandert het beloningsschema.

Het doel is niet dat je de rest van het leven met een hand vol koekjes moet rondlopen.

.

Soms overschatten we hoeveel een hond een oefening werkelijk beheerst.

Hij kan “zit” perfect begrijpen in de keuken en daar toch moeite mee hebben op honderd meter van een loslopende hond.

Motivatie, afleiding, emotie en trainingsgeschiedenis spelen allemaal een rol.

“Agressie” is een verzamelnaam voor gedrag dat verschillende oorzaken kan hebben.

Daarom moet ieder geval afzonderlijk bekeken worden.

Veiligheidsmanagement komt eerst. Vervolgens bekijken we triggers, motivatie, leerervaringen, omgeving en waar nodig medische factoren.

Juist bij bijtincidenten is professionele beoordeling belangrijk.

Geef bij je aanvraag zoveel mogelijk informatie zodat vooraf kan worden bekeken welke veiligheidsmaatregelen nodig zijn.

Dat hangt af van het gedrag, hoe lang het bestaat, hoe vaak het voorkomt, de oorzaak, de omgeving en hoeveel mogelijkheid er is om consequent te oefenen.

Gedragsverandering is geen wedstrijd.

Duurzame vooruitgang is belangrijker dan een spectaculaire verandering die een week later verdwenen is.

Van kleine ergernissen tot gedrag dat het dagelijkse leven ernstig beïnvloedt.

Denk aan:

puppybijten en zindelijkheid; trekken aan de lijn; opspringen; niet hierkomen; slecht luisteren buiten; blaffen; slopen; graven; jagen; eten van straat; stelen; bedelen; overmatige opwinding; niet kunnen ontspannen; angst; onzekerheid; vuurwerkangst; angst voor verkeer of geluiden; angst voor mensen; angst voor andere honden; reactiviteit; uitvallen aan de lijn; grommen; snauwen; bijtgedrag; bewaken van eten of speelgoed; territoriaal gedrag; problemen met bezoek; problemen tussen honden in hetzelfde gezin; jaloezieachtig gedrag; frustratie; alleen thuis blijven; huilen of blaffen wanneer je weg bent; vernieling tijdens afwezigheid; problemen met autorijden; moeite met verzorging; nagels knippen; borstelen; dierenartsbezoek; wennen aan kinderen; veranderingen in het gezin en moeilijk gedrag tijdens de puberteit.

Staat jouw probleem er niet tussen?

Neem contact op. Gedrag past zelden netjes in één hokje.

Wanneer samenleven met je hond moeilijk wordt

Sommige problemen zijn vervelend.

Andere problemen beheersen op termijn bijna het volledige leven van hond en eigenaar.

Je kiest wandelroutes waar je zeker geen andere hond tegenkomt.

Je durft geen bezoek meer uitnodigen.

De buren klagen over geblaf.

Je hond heeft opnieuw de deur beschadigd toen hij alleen thuis was.

Je houdt de lijn steeds korter omdat je bang bent dat je hond opnieuw zal uitvallen.

Of misschien heeft je hond voor het eerst gegromd of gebeten.

Dat zijn situaties waarin goedbedoelde standaardtips vaak niet meer volstaan.

We kijken naar waarom het gedrag ontstaat en maken vervolgens een haalbaar begeleidingsplan.

Een hond trekt meestal niet aan de lijn om jou te ergeren.

Hij trekt omdat vooruitgaan lonend is.

Er is een geur.

Een andere hond.

Een boom.

Een mens.

Een interessante plaats.

Wanneer trekken er jarenlang voor zorgt dat de hond sneller bereikt wat hij wil bereiken, wordt trekken een bijzonder succesvol aangeleerd gedrag.

De oplossing is daarom niet simpelweg harder terugtrekken.

We leren je hond dat een losse lijn hem juist brengt waar hij graag wil zijn.

En we leren jou hoe timing, positie, afstand en beloning het verschil kunnen maken.

Blaffen, trekken, grommen of uitvallen aan de lijn

Dit noemen we vaak reactief gedrag.

Maar twee honden die er exact hetzelfde uitzien wanneer ze uitvallen, kunnen iets totaal anders voelen.

De ene hond is bang.

De andere gefrustreerd omdat hij niet naar de andere hond toe kan.

Een derde heeft slechte ervaringen gehad.

Nog een andere hond raakt simpelweg zo snel opgewonden dat hij zichzelf niet meer onder controle krijgt.

Daarom behandelen we niet alleen het zichtbare gedrag.

We zoeken eerst naar de functie en emotie achter het gedrag.

Daarna werken we onder andere met afstand, management, aandacht, alternatief gedrag en geleidelijke gedragsverandering.

Bij agressie of plots ontstane gedragsveranderingen kan ook veterinair onderzoek belangrijk zijn. Angst, pijn, onzekerheid, eerdere leerervaringen en andere factoren kunnen een rol spelen bij agressief gedrag.

Grommen bij de voerbak, een bot of speelgoed

Resource guarding betekent dat een hond iets probeert te behouden wat voor hem waarde heeft.

Dat kan voedsel zijn.

Maar ook speelgoed, een gevonden voorwerp, een mand, de zetel of zelfs een persoon.

Een klassieke fout is de hond regelmatig dingen afnemen “zodat hij leert dat jij de baas bent”.

Maar stel je voor dat telkens wanneer iemand in jouw buurt komt, die persoon iets waardevols afpakt.

Dan wordt de nadering van die persoon uiteindelijk juist slecht nieuws.

Daarom werken we vaak precies omgekeerd.

De aanwezigheid van een mens moet voorspellen dat er iets goeds gebeurt.

We leren ruilen, loslaten en vertrouwen.

Blaffen heeft een functie

“Mijn hond blaft.”

Dat vertelt ons eigenlijk nog niet genoeg.

Want honden kunnen blaffen uit:

opwinding, frustratie, verveling, angst, territoriaal gedrag, aandacht zoeken, onzekerheid of als reactie op geluiden en beweging.

Daarom bestaat er geen universele oplossing tegen blaffen.

Eerst beantwoorden we de vraag:

Wanneer blaft je hond, wat gebeurt er vlak ervoor en wat levert het blaffen hem op?

Pas daarna kunnen we het gedrag gericht veranderen.

Alleen zijn moet je leren

Een hond die de zetel vernielt wanneer je vertrekt is niet noodzakelijk “kwaad omdat je hem hebt achtergelaten”.

Bij sommige honden is destructief gedrag, blaffen, huilen, rondlopen, hijgen, krabben aan deuren of onzindelijkheid onderdeel van echte separatiegerelateerde stress.

Video-opnames kunnen bijzonder nuttig zijn om te zien wat er daadwerkelijk gebeurt wanneer de eigenaar weg is. Bij echte separatiestress wordt doorgaans gewerkt met zeer geleidelijke afwezigheden waarbij men probeert onder de angstgrens van de hond te blijven; ernstige gevallen kunnen bovendien veterinaire begeleiding vereisen.

Het principe is eenvoudig.

We leren een hond alleen zijn door hem succesvolle ervaringen met alleen zijn te geven — niet door hem telkens opnieuw langdurig in paniek achter te laten.

Waarom springt een hond?

Heel vaak omdat het werkt.

Hij springt.

Iemand kijkt naar hem.

Praat tegen hem.

Duwt hem weg.

Raakt hem aan.

Zelfs negatieve aandacht kan aandacht zijn.

Daarom kijken we niet alleen naar hoe we springen kunnen stoppen.

We leren een alternatief dat onmogelijk tegelijkertijd met springen kan gebeuren.

Vier poten op de grond.

Rustig contact maken.

Naar zijn plaats gaan.

Zitten.

En dát maken we interessant.

Hierkomen is geen knop die standaard in een hond geïnstalleerd zit.

Het is aangeleerd gedrag.

En elke keer dat een hond ontdekt dat:

weglopen leuker is dan terugkomen

wordt het moeilijker.

Een veelgemaakte fout is bovendien de hond alleen roepen wanneer het leuke stopt.

“Hier!”

Lijn eraan.

Naar huis.

Na verloop van tijd kan “hier” dus voorspellen:

einde plezier.

We bouwen het om.

Terugkomen moet één van de beste beslissingen worden die je hond kan nemen.